Iribov heeft al enige jaren een productielocatie voor de vermeerdering van weefselkweek in Ghana. Het grootste deel van de productie komt terug naar Nederland voor het klantennetwerk in Europa, maar sinds een jaar of drie is men begonnen om nadrukkelijk ook de lokale markt in West-Afrika op te zoeken. Naast snelle vermeerdering is een van de belangrijkste redenen om weefselkweek te gebruiken het produceren van ziektevrij en groeikrachtig uitgangsmateriaal en daar is zeker een markt voor. Kees Veldhuijzen, die de business er verder moet ontwikkelen en een groot deel van zijn tijd daar is, vertelt over het project. 

“De manier van werken is heel anders en je hebt te maken met een heel ander marktmechanisme. Het land in West-Afrika is vruchtbaar, er zijn heel veel en vooral kleine boeren en zij produceren veel gewassen. Er is dus ook wel veel waarde in de keten, maar weinig cashflow om te investeren in o.a. goed uitgangsmateriaal. Bovendien gaat het boeren nog op de traditionele manier. De boer zorgt voor zijn eigen uitgangsmateriaal en veel van de productie is bestemd voor zijn familie en de lokale omgeving. Boeren moet overtuigd worden dat er voordeel is behalen in het gebruik van kwalitatief en goed plantmateriaal. Als het ons lukt om deze markt te bereiken, dan kunnen wij echt impact maken.”

Bewustwording
Om die potentiële klant, de lokale zogenaamde ‘small holder farmer’, te overtuigen van de voor ons evidente noodzaak voor gezond plantmateriaal en in de markt een voet aan de grond te krijgen, is dus helemaal zo makkelijk niet. “Wij hebben ervoor gekozen om samenwerkingen aan te gaan in projecten. Denk aan een NGO die zich inzet voor water- en voedselvoorziening of een overheid of anderszins internationale instelling die zich hiervoor hard maakt. In zulke projecten kunnen wij een interessante partij zijn”

Een mooi voorbeeld is een project met gember. Het Duitse GIZ, een afdeling van het Duitse ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bestelde bij Iribov 100.000 jonge gemberplantjes die met weefselkweek vermeerderd zijn, bestemd voor lokale boeren in de regio Kadjebi. Het GIZ betaalde voor de plantjes, Iribov zorgde voor de productie en levering en een ander Nederlands bedrijf dat zich wereldwijd inzet voor gezonde voedselproductie en rechtvaardige afzet stelt zich garant om straks de gember van de boeren te kopen.

Of neem het cashew project in samenwerking met ComCashew. Net als bij de gember is ook GIZ betrokken in de financiering, maar de uitvoering ligt veel meer in handen van Iribov zelf. Het bedrijf produceert en distribueert de cashew bomen, geeft de boeren trainingen en organiseert hen in een coöperatie waardoor ook de afzet van het eindproduct in goede banen geleid wordt.

Een derde voorbeeld is en project dat nog in voorbereiding is met de Nederlandse overheid waarbij een pootgoedsysteem wordt ontwikkeld voor Yam, vergelijkbaar met het systeem in aardappel in Nederland. Yam is ook een knolgewas en een van de belangrijkste dingen op de menukaart van de West-Afrikaanse bevolking. De opbrengst van dit gewas staat erg onder druk als gevolg van virusziekten en gezond uitgangsmateriaal kan de oogst voor de boeren sterk verbeteren.

Zo zijn er nog meer projecten met ananas, mango en passievrucht, met andere knolgewassen als zoete aardappel en cassave en ook met gewassen voor de bosbouw zoals teak en bamboe. “Het punt is dat het belang van virusvrij en sterk uitgangsmateriaal daar in de tropen in veel gevallen nog relevanter is dan bij ons”, aldus Kees. “In veel gewassen kampt met ziektes, die in de huidige situatie in stand worden gehouden of met de tijd zelfs nog erger worden. Wij willen laten zien dat met goed plantmateriaal deze problemen aan te pakken zijn. Uiteindelijk hopen we natuurlijk dat de Ghanese boeren zélf overtuigd raken van het belang en zien dat het een investering aan het begin van het teeltseizoen waard is.”

Cirkeltje rond
Tenslotte is de vraag naar het waarom legitiem. Iribov heeft verstand van veredeling en vermeerdering en de focus ligt vooral op plantenvermeerdering in de sierteelt. In Ghana betreft het vooral tropische landbouw gewassen en vereist het type klant en markt een heel andere aanpak.

“Het is een combinatie van dingen” besluit Kees, “het een komt voort uit het ander. Het pand in Ghana kwam mee in de acquisitie van SBW in 2011 en werd toen en ook nu gebruikt voor vermeerdering voor Europese klanten in een deel van de wereld waar de arbeidskosten lager zijn. Het mooie is dat het laboratorium in 2005 is opgezet om ananasplantjes te vermeerderen in een project dat financieel werd ondersteund door de Wereldbank. Dat project was succesvol, maar na afloop werd het bedrijf verkocht. Nu is de klok weer rond en wordt het bedrijf weer ingezet voor onderzoek en vermeerdering van tropische groente- en fruit gewassen. Wij zetten hier in Ghana een commercieel bedrijf op, maar we zijn blij dat we daarmee ook in de positie zijn om iets bij te dragen aan de ontwikkeling van de lokale landbouw in West-Afrika”.